Topbanner http://www.thijsvanvalkengoed.nl

Tweestrijd/tweespraak

In mijn trainingsleven heeft er nog al vaak tweespraak in mij plaatsgevonden. Het gevolg hiervan is een interne tweestrijd tussen mijn hoofd en mijn lichaam, tussen lichaam en geest of tussen het mentale en het fysieke. Hoe je het ook mag noemen de tweespraak vindt vrijwel altijd plaats.

Deze tweestrijd kom ik het meeste tegen in de trainingen. Vooral trainingen waarbij het lichaam flink moet verzuren en trainingen wanneer je al erg moe bent en toch veel moet zwemmen. Hierbij protesteert het lichaam aan alle kanten dat het niet meer wil en dat het moe is, verzuurd is of vol met spierpijn zit.

Aan de ene kant zijn dit de verschrikkelijkste trainingen, maar aan de andere kant zijn dit ook de trainingen die er voor gaan zorgen dat ik straks keihard ga zwemmen. Het lastige hierbij is, wanneer heeft het lichaam gelijk en wanneer heeft het hoofd gelijk? Dit soort keuzes zijn erg belangrijke keuzes.

Wanneer je het lichaam te veel gelijk geeft, dan bereik je nooit het gewenste doel. Je lichaam wordt dan net niet genoeg getraind. Wanneer je het hoofd te veel gelijk geeft, dan wordt het lichaam misschien juist te veel belast en kan het stuk gaan. Het blijft dus altijd een moeilijke keuze en je zult dus altijd goed moeten luisteren naar het lichaam.

Het makkelijkste vind ik de trainingen, waarbij de verzuring voorop staat. Je begint elke keer weer op volle snelheid aan je het baantje en weet dat het ‘pijn’ gaat doen. Hierbij is het de sport om het uiterste uit je lichaam te halen. Het is voor je geest dan ook makkelijker het lichaam telkens vooruit te duwen.

Bij deze trainingen zal je lichaam op een gegeven moment eigenlijk niet meer willen. Meestal ben je dan al bijna aan het einde van het verzuringsgedeelte van de training, je lichaam schreeuwt om rust, maar je hoeft er nog maar een paar. Je hoofd stuurt die laatste paar baantje je lichaam door het water en ‘zegt’ continue tegen het lichaam dat het ‘zo’ rust krijgt.

De tweespraak tussen mijn hoofd en mijn lichaam bij duurtrainingen, vind ik veel moeilijker. Het lichaam kan spierpijn hebben, door de grote afstand moe zijn geworden of het lichaam is op en de brandstoffen zijn op. Ik vind het in dit geval extra moeilijk om te kiezen wat juist is. De tweespraak is dan op zijn hevigst en wat is dan de juiste keuze? Het hoofd moet dan beslissen of de training nog nuttig is voor het lichaam of dat het te veel is en je het lichaam misschien te veel prikkelt.

Deze tweestrijd blijft altijd moeilijk. Het is dus erg belangrijk goed te luisteren naar het lichaam en deze signalen vergelijken met het doel van de training. Is het doel deze signalen juist te creëren of niet? Een balans hierin en het kennen van het lichaam is dus een pré.

Tenslotte vindt bij wedstrijden natuurlijk ook een tweespraak plaats. Het lichaam is soms helemaal verzuurd, maar je moet en zal de finish halen. Een duidelijk geval van de winst van het hoofd over het lichaam.