Topbanner http://www.thijsvanvalkengoed.nl

1567 dagen

Het magische getal van 1567, dat is hoeveel dagen het duurde voordat ik mijn eigen Nederlandse record weer verbeterde. In december 2003 had ik een topmaand. Voor mij een geweldig feest. Kwalificatie voor de Olympische Spelen, Brons op de Europese Kampioenschappen en 7 Nederlandse Records in 10 dagen.

Dit alles zwom ik tijdens een moeilijke periode thuis. Mijn moeder had in september 2003 de diagnose borstkanker gekregen. (Lees meer bij Oktober.) Een van haar grootste zorgen was, dat ik de Olympische Spelen daardoor niet zou halen. Ik wist in ieder geval zeker, dat het me niet zou overkomen haar daarin teleur te stellen. Het was natuurlijk wel een hele lastige periode, om te weten dat je moeder een gevecht voor haar leven levert en je er heel vaak niet kan zijn om haar te steunen. Je beseft opeens wel dat het leven heel relatief is. Tot en met december van 2003 ging het dus heel goed en ik liet zien, dat ik ondanks de ziekte van mijn moeder kon presteren, want ik ging naar de Olympische Spelen.

Voorbereiding op de Olympische Spelen
Daarna dacht ik: “als ik nog meer train, dan kan ik op de Spelen nog harder zwemmen.”, maar dat pakte averechts uit. Ik had het er moeilijk mee, dat ik mijn moeder niet kon steunen en daarbij bleek de trainingsperiode van januari tot en met augustus (zonder rustmoment) te lang te zijn. Tot 8 weken voor de Olympische Spelen gingen de trainingen erg goed, maar vanaf het trainingskamp in Como (Italië) was ik alleen nog maar moe. Mijn trainingstijden werden minder en op de Olympische Spelen zwom ik niet zo hard als ik zou willen. Ik haalde de halve finale op de 100 meter schoolslag (net boven mijn persoonlijk record), maar bleek ziek te zijn op de 200 meter. De 200 meter is daardoor letterlijk in het water gevallen en een groot gedeelte van de Olympische Spelen moest ik daardoor helaas in bed doorbrengen.

Seizoen 2004-2005
Na de Olympische Spelen wilde ik snel starten met het nieuwe seizoen, want ik wilde in december op de Europese Kampioenschappen korte baan laten zien wat er wel in zat. Daarnaast pakte ik mijn studie aan de Johan Cruyff University weer op. In de periode na de Olympische Spelen werd het enigszins turbulent rondom het team. Onze trainer, Fedor Hes, werd ontslagen tegen de wil van de zwemmers in. Zodoende startten wij met Fedor onze eigen ploeg. Daarvoor had ik me natuurlijk ook flink ingespannen en het was een behoorlijk hectische periode. Helaas had dit alles geen toegevoegde waarde voor mijn prestaties. Op de EK korte baan in december zwom ik wel naar een finale op de 100 meter schoolslag, maar op de 200 meter schoolslag haalde ik de finale net niet. Een week later zwom ik zelfs nog harder op de Nederlandse Kampioenschappen.

Vervolgens hadden Fedor en ik in januari 2005 om de tafel gezeten en besloten het trainingsprogramma aan te passen, want ik was in de periode tussen de Olympische Spelen en de EK en NK korte baan in december 2004 erg moe en vaak ziek geweest. Op de Nederlandse Kampioenschappen in april 2005 miste ik op een haar na de Wereldkampioenschappen, maar toch mocht ik mee naar Montreal, Canada. Dat gaf met een extra zetje om weer harder te gaan trainen. Helaas mocht dit niet baten en zwom ik op het WK wederom boven mijn persoonlijke record. Na het WK had ik een maandje vakantie voor het nieuwe seizoen weer begon.

Seizoen 2005-2006
Het seizoen 2005-2006 volgde ongeveer hetzelfde patroon als dat van het vorige seizoen. Ik zat in mijn afstudeerjaar en liep stage bij Trefpunt Sport & Leisure Marketing in Amsterdam. Vanaf het begin van het seizoen had ik aangegeven, dat stage/studie voorop stond en dat ik zo fit mogelijk wilde blijven om na het afstuderen, mij in alle rust twee seizoenen voor te kunnen bereiden op de Olympische Spelen in Beijing. Van september tot en met december bereidde ik mij voor op de Europese Kampioenschappen korte baan in Triëst, Italië. Helaas ging het in Triëst niet zo goed en net als het seizoen hiervoor zwom ik op de Nederlandse Kampioenschappen korte baan beter dan op de EK. Hierna waren Fedor en ik om de tafel gaan zitten om te kijken hoe ik weer de weg omhoog in zou kunnen slaan. Zodoende ging ik praten met het ‘nieuwe’ TopZwemmen Amsterdam van Hans Elzerman (bestuurslid) en Martin Truijens (trainer).

De overstap naar TZA (nu NZA)
Sinds januari 2005 zwom mijn zus Jolijn bij TZA en die ploeg zwom letterlijk op de baan naast ons. Dit was natuurlijk wel een rare situatie en ook was dat bij ons thuis (wij woonden sinds augustus 2005 samen in Amsterdam) zo nu en dan wel eens lastig. Het zou voor Jolijn en mij fantastisch zijn om weer samen te kunnen trainen, want sinds augustus 2001 hadden we dat niet meer gedaan. Daarvoor zwommen we namelijk altijd samen. Ook organisatorisch zou het natuurlijk een stuk gemakkelijker zijn. In de gesprekken met TZA had ik aangegeven dat mijn afstuderen dat seizoen het belangrijkste was, omdat ik mij dan daarna volledig kon richten op de Olympische Spelen van 2008. Ik werd toen met open armen ontvangen en het zwemmen leek weer de goede kant op te gaan. Op het trainingskamp in Lissabon, Portugal (waarvoor ik zelf een flinke financiële bijdrage moest leveren) zwom ik tijden in de trainingen die ik al lang niet meer had gezwommen.

Ook dit bleek helaas niet te helpen. Ik zwom binnen het vormbehoud voor de Europese Kampioenschappen op de 200 meter schoolslag, maar had op een seconde na niet voldaan aan de limiet. Op de 100 meter schoolslag zwom ik binnen de estafettelimiet voor de EK, maar helaas was ik de derde zwemmer op deze afstand, dus de EK ging voor mij niet door. De ‘achterblijvers’ van TZA bereidden zich samen met Rick Beerendonk voor op de Open Britse Kampioenschappen. Deze periode werd bij mij gekenmerkt door ziekte en blessures. Dit was nog een slagje erger dan het grote aantal keren, dat ik het zwemseizoen al ziek was geweest. Ik had een schouderblessure opgelopen en daarmee moest ik zelfs alternatief gaan trainen. Toch kreeg ik van Rick te horen, dat ik de beste inzet toonde. Langzaam maar zeker werden deze ongemakken wel beter, maar ten tijde van de Open Britse Kampioenschappen stak de schouderblessure toch weer de kop op. Hierdoor kon ik niet naar behoren presteren.

De druppel
Na deze wedstrijden had ik een paar weken vrijaf en een week voordat we zouden beginnen met het nieuwe seizoen, zou ik een evaluatiegesprek hebben met Martin en Hans. Dat was helaas geen evaluatiegesprek, want mij werd verteld dat ik niet welkom was bij de seizoensstart. De voornaamste reden, die daarbij werd aangedragen was dat ik niet de juiste keuzes maakte voor topsport. In januari had ik aangegeven, dat ik het afstuderen het belangrijkste vond, omdat ik mij daarna in alle rust wilde voorbereiden op de Olympische Spelen van 2008. Volgens mijn gesprekspartners had ik dit nooit gezegd. Wel had ik in januari precies per dag aangegeven, wanneer ik stage- en studiewerkzaamheden had, maar dat leek dus allemaal niet te kloppen. Aan mijn prestaties kon het niet liggen, want ik had aan bepaalde limieten voldaan, die andere TZA-zwemmers niet hadden gehaald.

Voor mij was dit de druppel die de emmer deed overlopen. Vanaf de Open Britse Kampioenschappen tot ‘het gesprek’ sliep ik 10 uur per nacht en was ik elke dag nog moe. Sterker nog, ik werd steeds vermoeider. Het was niet voor het eerst dat ik moe was, want dat was ik al tijden lang. Mij werd telkens gezegd, dat dit bij topsport hoorde en dat geloofde ik zelf tot dat moment ook. Nu wilde ik echter gaan uitzoeken wat er met mij aan de hand was en ik ging naar de huisarts. Zij verwees mij direct door naar een sportarts. Daar deed ik mijn verhaal en ik kreeg maar een conclusie te horen, overtraindheid. De sportarts dacht, dat dit al ontstaan was in voorbereiding op de Olympische Spelen van 2004. Zijn advies was niet zwemmen en rustig (hartslag onder de 130) sporten. Dit wetende heb ik dit ook bij TZA voorgelegd, maar hier kreeg ik enkel negatieve respons op.

Naast het rustige sporten ging ik naar een sportpsychologe, in mijn geval Sandra van Essen. Hier leerde ik een heleboel over inspanning en ontspanning en daarnaast kon ik daar ook mijn verhaal kwijt. Verder was ik bij TopFit Lelystad onder behandeling voor mijn schouderblessure. Dit alles droeg bij aan mijn herstel, maar in eerste instantie werd ik steeds vermoeider. Hierdoor kon ik ook niet verder met mijn studie, want ik kon mij niet concentreren op mijn studiewerk. Daar had ik erg veel moeite mee, want ik kreeg maar geen resultaten op papier. Toch had ik iets gevonden, waarmee ik snel resultaat zag en dat was de nieuwe versie van mijn website. Hierbij zie je de resultaten namelijk direct op het scherm en dat motiveerde mij.

Van augustus tot en met eind november 2006 hield ik me dus voornamelijk bezig met rustig sporten. Ik fietste en liep veel. Mijn favoriete fietsrondje heb ik toen veel gefietst, dat is namelijk een rondje Oostvaardersplassen. Eind november dook ik weer voor het eerst het water in. Na een kwartiertje zwemmen stopte ik, want ik wilde niet dat ik er snel weer genoeg van had. In december zwom mijn zus Jolijn de NK korte baan in Drachten en daar was ik natuurlijk vaak wezen kijken. Dit was aan de ene kant erg moeilijk voor mij, maar aan de andere kant was dit ook erg motiverend, want Jolijn zwom super goed!

Een eigen zwemploeg
In januari 2007 zwom ik twee tot drie keer per week ongeveer een uur. Half januari sprak ik met Fedor en gaf aan graag weer mijn zwemmen op te bouwen. Helaas werd Fedor korte tijd later ontslagen. Een weekje of twee later sprak ik met de directeur van Sportbedrijf Lelystad, tijdens de Lelystadse Sportverkiezingen. Daarop volgde een tweede gesprek en toen konden Jolijn en ik zelfs in Lelystad beginnen met trainen en ons eigen team starten. Dat was natuurlijk fantastisch, maar het was nog niet alles. TopFit Lelystad wilde ons hierin ook graag helpen en onze (sport)fysiotherapeut daar, Harry Gosselink, zou onze krachtschema’s gaan schrijven. Daarnaast vroegen wij Mark Faber ons op het zwemtechnische gebied te helpen, door middel van het schrijven van trainingsschema’s. Hij wilde zelfs meer dan dat en staat ook gemiddeld twee keer per week aan de badrand. We konden zo onze droom, samen naar een internationaal toernooi, waar proberen te maken.

Vanaf dat Jolijn en ik voor ons zelf gingen trainen, begon ik met het afbouwen van mijn fiets- en looptrainingen. Ik ging dus meer zwemmen. In het begin was dit voor mij erg frustrerend en confronterend, want ik kon natuurlijk niet zo hard trainen als ik voor de diagnose overtraindheid kon. Gelukkig steunden mijn familie en mijn vriendin mij hierin enorm. Voor hen was dit ook een erg moeilijke periode. Ik was nog vaak moe en ging soms fietsen in plaats van zwemmen, omdat ik het zwemmen te confronterend vond. Ik heb er in die tijd ook veel met mijn vriendin over gesproken en zij bood mij altijd een luisterend oor, ook al was onze relatie toen nog pril. Dat was voor haar natuurlijk niet altijd even gemakkelijk en dat was het ook niet voor mijn familie thuis, want als het allemaal niet lukte, dan was ik niet de gezelligste persoon in huis. Bij de sportpsychologe leerde ik, dat het belangrijk is om omhoog/vooruit te kijken naar waar je heen wilt gaan, maar dat je niet moet vergeten dat een berg beklimmen soms makkelijker is als je een alternatieve route kiest in plaats van de weg direct omhoog.

De eerste wedstrijden
Langzaam aan ging het zwemmen steeds een beetje beter en half april zwom ik mijn eerste limietwedstrijdje. Dat ging best goed, maar ik had duidelijk nog een lange weg te gaan. Half mei volgde mijn tweede wedstrijd en daar zwom ik voor het eerst weer een schoolslagafstand. Hierop bleef ik slechts een fractie boven de limiet voor de Europese Kampioenschappen in Eindhoven in 2008. Dat was natuurlijk een enorme verrassing om zo snel al weer zo hard te kunnen zwemmen. Op de Nederlandse Kampioenschappen in juni 2007 ging het nog beter op de 100 meter schoolslag. Ik zwom naar een EK limiet en ging er zelfs met de titel vandoor. Wat een verrassing! Op de 50 en 200 meter schoolslag haalde ik twee zilveren plakken uit het water.
Een week na de NK stond er nog een limietwedstrijd op korte baan op het programma. Daarop zwom ik de 200 meter schoolslag en wederom een goede tijd. Het was wel ongelofelijk, want ik trainde nog zo weinig, dat ik nauwelijks gas terug kon nemen voor de wedstrijdperiode.
Tenslotte veroverde ik die maand op de NK Sprint het zilver op de 50 meter schoolslag. Op de 100 meter wisselslag, na ruim een jaar, kwam er een persoonlijk record op de klokken. Helaas werd ik op de wisselslag net vierde. De NK Sprint was mijn vijfde en laatste wedstrijd van seizoen 2006-2007. Een mooie comeback op nationaal niveau.

Olympisch Seizoen 2007-2008
Het seizoen 2007-2008 begon voor Jolijn en mij al vroeg. Twee weken na de NK Sprint begonnen onze eerste trainingen. Op die manier konden we vanaf september een goed trainingsprogramma afwerken. Pas toen kon ik voor het eerst weer een ‘normaal’ zwemprogramma van trainingen en trainingswedstrijden volgen. Dat ging goed tot eind november. In de opbouw werd ik helaas even teruggeworpen door een ongeluk, ik werd op de fiets aangereden door een automobilist. De schade viel mee, maar ik miste wel een paar belangrijke trainingen en dergelijke.

De Dutch Open Grand Prix in Eindhoven viel een beetje tegen. Op de 100 meter schoolslag zwom ik zelfs een fractie langzamer dan in juni, maar op de 200 meter schoolslag kwalificeerde ik me voor de Europese Kampioenschappen. Nu wist ik zeker dat ik op de EK in Eindhoven mocht gaan starten op zowel de 100 als de 200 meter. Dat was natuurlijk super.

De NK korte baan van december 2007 was voor mij helemaal een succes. Twee weken na de Dutch Open Grand Prix bleek ik beter in vorm dan tijdens de DOSC en waarschijnlijk ook meer hersteld van het ongeluk. Ik won de 50, 100 en 200 meter schoolslag en dat betekent dat ik nu 25 Nederlandse titels op mijn naam heb staan! Daarnaast zwom ik op de 50 meter schoolslag naar een persoonlijk record. Op hetzelfde toernooi won Jolijn de 50 en 100 meter schoolslag bij de dames. Dat was uniek voor het Nederlandse zwemmen!

Europese Kampioenschappen in Eindhoven
In januari 2008 begon onze voorbereiding op de EK in maart. Het zou het eerste internationale toernooi samen met Jolijn worden, ons eerste doel. Voor mij betekende het mijn rentree op het internationale podium. De voorbereiding voor mij ging erg goed. Op trainingskamp in Italië zwom ik de meeste schoolslagmeters in twee weken ooit en dat was dus erg goed. Met Jolijn ging het minder, want zij kwakkelde wat. Uiteindelijk bleek ze chronische keelontsteking te hebben (dat haar bij toernooien waarschijnlijk vaak parten speelde)en kreeg ze een antibioticakuur van twee weken, die duurde tot kort voor de start van de EK.

Op de Europese Kampioenschappen in Eindhoven startte ik met de 100 meter schoolslag. De voorbereiding was erg goed verlopen, maar het is altijd spannend wat het uiteindelijke resultaat gaat worden. In de series ging het al erg goed. Ik plaatste me als negende voor de halve finale in mijn derde tijd ooit! Daarnaast zwom ik de snelste Nederlandse tijd; mijn concurrenten haalden de halve finale niet. Dat betekende, dat ik meteen de snelste zwemmer voor de Olympische 4x100 meter wisselslagestafetteploeg was. Mocht de estafette naar de Olympische Spelen gaan, dan was ik dus al zeker van een plek! Vervolgens zwom ik de halve finale. Ik zat in de series nog maar 0,07 seconden boven de individuele OS limiet en slecht 0,14 seconden boven mijn persoonlijk en eigen Nederlands record. Ik hoopte dus op meer en meer werd het!

Ik verbeterde mijn NR met 0,3 seconden en na 1567 dagen had ik eindelijk mezelf weer verbeterd! Ook betekende het een persoonlijk startbewijs voor mijn tweede Olympische Spelen.

Dat had ik natuurlijk niet alleen gedaan, veel mensen hebben mij hierbij geholpen. Daarom wil ik hen graag nog extra bedanken: Mijn familie (Ton, Yvonne en Jolijn), mijn vriendin (Patricia), de rest van de familie (oma, ooms, tantes, neven en nichten etc.), Mark Faber, Harry Gosselink, Sandra van Essen, Karin van Straaten, Fedor Hes, André Cats, mijn vrienden (te veel om op te noemen, maar waarvan er één toch wel uit springt, Thierry), de zwemmers en coaches van WVZ Zoetermeer, Sportbedrijf Lelystad, TopFit Lelystad, Sportservice Flevoland, Gemeente Lelystad, Provincie Flevoland (met name John Bos), Speedo Nederland BV, SportEmotion, Rabobank Utrecht en Omstreken (Topsportdesk) en natuurlijk alle leden van (Business) Club 4V!

Tot slot nog een spreuk: “Succes moet niet afgemeten worden aan de status die je hebt bereikt, maar aan de obstakels die je ervoor hebt moeten overwinnen.” Booker T. Washington (1856-1915)