Topbanner http://www.thijsvanvalkengoed.nl

Fedor Hes over zijn TZA-ploeg: ‘We zijn GEEN liefdadigheidsinstelling’

Auteur: Marc Hoeben
Bron: Sportweek, nummer 30, 2003

Fedor Hes (33) is de jonge coach van de beloftevolle TZA-zwemploeg én van de veelbesproken topper Inge de Bruijn. Voor de WK zet hij hoog in.

Je hebt acht zwemmers onder je hoede. Is dat wel te doen?
“Het is de grens. Op de WK is het te doen omdat er maar twee of drie zwemmers per dag in actie komen. Maar in de voorbereiding werkten we vaak in twee of drie groepen. Dat kan ik niet alleen. Zes is het maximale aantal, vier het beste. Daarom hebben we gezegd dat Benno Kuipers er bij moest komen.”
Bij Top Zwemmen Amsterdam loopt de nodige know-how rond. Hoe is de rolverdeling tussen jou, oud-schoolslagzwemmer Benno Kuipers, Cees Vervoorn, Hans Elzerman en Michiel Bloem?
“Cees is echt de voorzitter, de spreekbuis, de man van de contacten. Michiel is het commerciële brein, de doener. Hans is technisch directeur, met hem heb ik vaak overleg, hij zit ook in de Stichting Topzwemmen Nederland. Maar het echte werk, wat de zwemmers betreft, komt op mij en Benno aan.
Wiens droom is dit?
“Cees en Hans hebben zich na de successen van Inge de Bruijn en Pieter van den Hoogenband afgevraagd waarom het niet op meer plekken in Nederland mogelijk was. Vervolgens zijn ze aan het bouwen gegaan, hebben ze mensen benaderd. Vanaf het eerste moment dat ik hier binnenkwam, had ik het idee: dit is wat ik wil, dit is wat ik zoek. Ik wil op het hoogste niveau acteren, dat willen deze zwemmers ook. Mijn visie sloot naadloos aan bij wat Hans, Cees en Michiel wilden. Had ik bij AZ&PC niet meer. Dat was allemaal gerommel in de marge. Heel beperkt. Ze wilden me geen vrijheid geven, ik kon het ook niet afdwingen. Ik had te maken met commissies, met ouders, iedereen bemoeide zich ermee. In Amersfoort riepen ze al tien jaar dat ze een professionele ploeg wilden. Maar het kwam er niet van. Hier is het: strikt, zakelijk, korte lijnen. Zo van: we gaan voor het hoogste. Professioneel. Er lopen hier daadkrachtige mensen rond met verstand van topsport.”
En ze zochten een jonge, ambitieuze trainer?
“Ze wilden in eerste instantie Paulus Wildeboer, die in Spanje werkt. Maar die was niet te betalen, het is zelfs de bond niet gelukt hem over de streep te trekken. Zeiden ze: ‘Oké, dan zoeken we iemand die zich nog moet bewijzen.’”
Was de eerste reactie niet: wie is die Hes nu eigenlijk?
“Dat zal wel. Maar zo heb ik het zelf niet ervaren. Ik heb altijd van mezelf gedacht dat ik wel wat kon. Ik moest alleen de kans krijgen om erin te rollen. Zo is het voorheen ook met Jacco Verhaeren bij PSV in Eindhoven gegaan.”
Verhaeren heeft met zijn visie een soort mini-revolutie in het Nederlandse zwemmen ontketend. Wat is jouw visie?
“Veel is vergelijkbaar met wat Jacco doet. Het is individueel gericht, op mensen die leven voor hun sport. We hebben duidelijke afspraken gemaakt. Zij weten wat ik van hen verwacht en ik weet wat ik van de zwemmers mag verwachten. Daar houden we elkaar aan.”
Wat was het doel?
“Het mooie credo was: olympische ambities waarmaken.”
Dat klinkt vaag.
“Het gaat om het halen van olympische medailles, in 2004 of 2008, afhankelijk van de leeftijd. Heel simpel.”
Oh ja?
“Het is simpel gezegd. Alleen bij de uitvoering, dan gaat het om forse stappen, zeker als je beseft waar deze zwemmers vandaan komen. Ze zaten bij clubs met een heel andere beleving. Zwemmen is een mondiale sport. Dat maakt het moeilijk om die ambitie waar te maken. Maar we gaan er wel voor. Johan Kenkhuis heeft kansen. Chantal Groot, Marleen Veldhuis en Inge de Bruijn natuurlijk.
Hoe ver ben je nu? Ben je tevreden of ontevreden?
“De eis voor dit jaar was: het halen van WK-finales. Dat zullen we dus straks zien. Tot nu toe liggen we op koers, bij de NK is iedereen boven zichzelf uitgestegen.”
Nou begreep ik ook dat je daarop zelf wat kritiek hebt gehad. Je vond dat het allemaal te veel op het laatste moment gebeurde.
“Het had ook een week eerder gemogen. Dan hadden we wat meer rust gehad. Het was nu allemaal op het nippertje, ze maakten het voor zichzelf moeilijk. Het is prettiger als je eerder weer dat iedereen zich heeft gekwalificeerd voor de WK. Kun je tenminste gewoon doortrainen. Maar de enige die dat in Nederland kan, is Pieter van den Hoogenband. Ik wil acht zwemmers hebben die dat ook kunnen. Zodat ze het hele jaar kunnen inrichten op de WK of, zoals volgend jaar, de Spelen. Als je hoge kwaliteit wilt, is die tijd zo om. En die heb je hard nodig, om allerlei dingen te kunnen verbeteren. In het olympische jaar moeten we duidelijk nog een stap maken, willen we medailles halen.”
Als ik naar deze groep kijk: Inge de Bruijn is een verhaal apart, Johan Kenkhuis is misschien medaillekandidaat, evenals Chantal Groot.
“En Marleen. Zij kan nog veel en veel harder.”
En de rest?
“Thijs van Valkengoed heeft een grote progressie doorgemaakt, hij staat zesde op de wereldranglijst van de schoolslag. Is fantastisch. Het valt alleen wat minder op, het is misschien iets minder duidelijk dat hij een heel goede zwemmer gaat worden. Als hij nog een stapje maakt, wordt hij een wereldtopper. Robin van Aggele is met achttien jaar de jongste, Sander Ganzevles ligt achter op de rest. Hij haalde vorig jaar de EK niet. Zeiden we eerst dat het voor hem ophield. Later hebben we hem een half jaar respijt gegeven en in de tussentijd heeft hij zich bij de groep aangesloten. Hij moet alleen nog doorgroeien.”
Ben je soms niet te veeleisend?
“Nou, ze geven het zelf aan. Zij hebben hiervoor gekozen. Wij bieden bij TZA de faciliteiten, waardoor zij voor olympische medailles kunnen gaan. Daar horen keuzes bij. Ze moeten hard trainen, het leven ernaar inrichten. Ik zeg niet dat ze het moeten. Ik wil ze er alleen in begeleiden.”
Dat klinkt nuchter en vrijblijvend. Maar je zult af en toe ook tegen problemen aanlopen. Kenkhuis had vorig jaar last van een burn-out, er werd getwijfeld aan zijn motivatie. Dan moet er toch gepraat worden?
“Dat moeten wij continue. De ene keer gaat het makkelijk, de andere keer moeilijk.”
Blijkbaar is er ook nog zoiets als een tweede, een derde of een vierde kans?
“Oh nee, absoluut niet. Dat heb ik wel moeten leren. Ik las het verhaal van Marc Lammers, de bondscoach van de hockeyvrouwen. Hij is daarin keihard geweest. Maak je geen vrienden mee. Maar op een gegeven moment moet je zeggen: luister eens: het geld en de tijd die wij in jou investeren, dat rendeert niet.”
Maar je hebt nog van niemand afscheid hoeven nemen.
“Ik heb een keer Sander een tweede kans gegeven. Die heeft hij gepakt. Hij weet dat hij zich moet verbeteren.”
Het afscheid kan na de WK komen?
“Ja. Dat is wel hard. Maar je moet het niet continue roepen en je moet wel kijken waar de oorzaken liggen. Robin heeft nu de WK niet gehaald door een slepende schouderblessure. Dan hebben we een gesprek. Maar we zijn geen liefdadigheidsinstelling.”
Hoe zit het in elkaar? Hebben jouw zwemmers een contract bij TZA?
“Nog niet. Het zijn nog mondelinge afspraken. Waarop ze wel afgerekend kunnen worden.”
Je hebt er dit jaar in Inge de Bruijn een bijzondere zwemster bij gekregen. Ben je erg teleurgesteld dat zij op de WK de 100 vrij niet zal zwemmen?
“Tsja. In april is ze bij ons gekomen. Wat ze daarvoor heeft gedaan, was niet veel. De laatste tijd bij Paul Bergen in de VS ging het volgens mij al niet goed. Dus de aanloop naar ons toe was rommelig, ze had een trainingsachterstand, zeker in verhouding met wat ze vroeger deed. Maar goed, dan moet ze nog makkelijk in staat zijn om de limiet op de 100 vrij te halen. Op de NK werd ze ziek, bij de wereldbekerwedstrijden in Monaco was ze zwaar verkouden. Tsja. Het is ook wel weer zo: de WK is leuk, maar eigenlijk gaat het daarom voor haar niet. Het gaat om de Spelen volgend jaar.”
Geef mij eens een garantie dat het volgend jaar wel goed komt.
“Dat zal aan haar zelf liggen.”
Er is veel scepsis.
“Prima. Ik ken genoeg mensen die zich afvragen of het met haar nog goed komt. Ik kan alleen zeggen: wij doen er bij TZA alles aan om haar op dat niveau te krijgen.”
Draait het alleen om een verkoudheid, of heeft ze ook last van de angst om door het ijs te zakken?
“Misschien speelt het door haar hoofd. Maar: in Monaco had ze met die verkoudheid eigenlijk niet eens moeten starten. Ze deed het toch, tegen beter weten in. Maar ze wilde niet iedereen over zich heen krijgen. Houdt ze zich heel erg mee bezig. Ik zei: ‘Schijt aan, je bent niet lekker.’ Ze wilde per se de 100 vrij zwemmen. En toen ging het dus niet goed.”
Kan ze er dan wel gemakkelijk overheen stappen dat ze de 100 vrij in Barcelona niet zwemt?
“Ze is natuurlijk niet gek. Ze weet zelf ook wel dat ze een trainingsachterstand heeft. Maar voor haar is de WK slechts een tussenstation. Ze moet voor de Spelen kiezen. Zoals Bergen haar vorig jaar vertelde dat ze de EK moest laten schieten.”
Verbaast het jou dat een volwassen zwemster nog zo onzeker in haar keuzes kan zijn?
“Nou, nee. Ieder mens heeft dat wel. Alleen: ze heeft drie keer olympisch goud gewonnen, hoeft niks meer te bewijzen. Maar zij wil dat nog graag, ze wil steeds de beste zijn. Dat is ergens heel mooi.”
Maar je hebt overwogen om haar helemaal niet aan de WK te laten deelnemen?
“Het is haar keuze. Maar die gedachte is zeker bij me opgekomen, we hebben erover gepraat. Bij de NK hadden we alleen het gevoel: dit gaat echt goed. Ze heeft zoveel talent, ze zal die 50 vrij en vlinder er echt wel uitknallen.”


Wat verwacht coach Fedor Hes van de TZA-zwemmers?
Johan Kenkhuis
“Hij gaat op de 50 meter vrij meedoen om de medailles. Hij zwom op de NK 22,15. Daar moet hij onder komen met een persoonlijk record, dus later we er 21,79 van maken. Dan word je eerste, tweede of derde. Op de 100 vrij moet hij gewoon de finale halen.”
Thijs van Valkengoed
“Dat wordt een verrassing, hij gaat verschrikkelijk hard zwemmen op de 100 meter schoolslag. Hij heeft 1.01,80 staan, dat wordt 1.01 laag. Op de 200 zal hij iets sneller zijn, zo 2.12. Daar haalt hij de finale mee. Hij kan goed met de druk omgaan, zich heel erg focussen op wedstrijden.”
Sander Ganzevles
“Hij moet de finale op de 200 meter rugslag halen en dus onder de twee minuten komen. Dat is ook de limiet voor de Spelen. Ben ik heel tevreden. En hij moet als eerste de estafette 4x100 meter wisselslag ingaan. Hoop ik dat hij 55 hoog zwemt. Hij is opgebloeid, had vorig jaar een rotjaar. Dit seizoen heeft hij het goed voor elkaar. Ik hoop echt dat zijn progressie doorzet.”
Ewout Holst
“Hij moet op de eerste dag een keuze maken tussen individueel zwemmen of de estafette. Dat ging vorig jaar in Berlijn helemaal verkeerd. Was de kritiek terecht, hij mocht daarop afgerekend worden. Hij moet nu kiezen tussen de 50 vlinder of de estafette 4x100 vrij. Is simpel. Hij gaat voor de Spelen, dus kiest hij voor de estafette. Daarin moet hij met 49 laag een persoonlijk record zwemmen.”
Inge de Bruijn
“Ze moet op de 50 vlinder en de 50 vrij iets onder haar tijden van de NK komen. Dan wordt ze gewoon eerste. Ik verwacht geen wereldrecords. De wereldtitels moeten voor haar een bevestiging zijn en ze kan ermee laten zien dat er nog steeds rekening met haar gehouden moet worden. Dat signaal wil ze afgeven, na alles wat er gezegd en geschreven is.”
Marleen Veldhuis
“Ze kan nog heel veel progressie boeken, ik wil met haar naar de 200 vrij toe. Het moet nu zeker op de 100 vrij gebeuren. Ze gaat de finale halen in 54 laag.”
Chantal Groot
“Ze heeft een druk programma, met de estafette 4x100 vrij, de 100 vrij, de 50 vlinder en de 100 vlinder. Die 100 vlinder moet in 58 kunnen, voor een finaleplaats. Is het maximale. Op de 100 vrij zwemt ze alleen de series en de halve finales. Op de 50 vlinder won ze vorig jaar brons op de EK. We zullen moeten kijken hoe ver ze dit keer komt.”